Ferrari 550 Barchetta Pininfarina

Pininfarina’s verjaardagskadootje
Op de Autosalon van Parijs had de roemruchte autocouturier Pininfarina een leuk kadootje voor zichzelf in petto ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag: een open versie van de Ferrari 550 Maranello met duidelijke referenties naar de succesvolle sports racers met de motor voorin van het merk uit de jaren vijftig en begin zestig.

Deze 550 Barchetta (Italiaans voor ‘bootje’, waarmee een bepaald type roadstercarrosserie wordt aangeduid, zie ook de gelijknamige Fiat – maar in dit geval tevens teruggrijpend op de vormgeving van de Ferrari 166 MM uit 1948) was niet bedoeld als flaneermobiel. Ten eerste zat er geen kap op, maar een stoffen nooddak waarmee het ten sterkste werd afgeraden sneller dan 110 km/h te rijden. Achter de twee racekuipjes voor bestuurder en passagier bevond zich een paar forse rolbeugels (wel met leder bekleed, natuurlijk). Daarachter bevonden zich weer twee ‘bulten’ in het geheel opnieuw ontworpen kofferdeksel, waaronder ook het nooddakje in ingeklapte vorm een plaats vond. Daaronder bevond zich wel weer een kofferruimte die groter was dan die van de 550 Maranello. In plaats van een prozaïsch tankklepje had de Barchetta een wondermooi geboetseerde, aluminium tankdop die net als bij raceauto’s uit vervlogen tijden vol in het zicht lag op het rechter achterscherm. De voorruit was lager dan die van de coupé waarvan de Barchetta was afgeleid, en lag tevens vlakker. Alle Barchetta’s stonden op speciale, tweedelige, lichtmetalen wielen. Ook is er in het interieur meer gebruik gemaakt van carbonfiber als afwerking dan bij de Maranello. Naast de al genoemde 166 MM dienden ook de 250 California en 365 GTS4 Daytona als inspiratie voor de dakloze 550.

Techniek
Onderhuids was de Barchetta gelijk aan de 550 Maranello, met dezelfde 5.474 cc grote V12 met Bosch Motronic motormanagement, die een vermogen van 486 pk leverde, en een handgeschakelde zesversnellingsbak. De Maranello die in 1996 het licht zag, was de opvolger van de 512M, de laatste uit de lijn Ferrari’s met vlakke twaalfcilinder achter de cabine. Met de 550 Maranello sloot Ferrari weer aan bij de lijn ‘klassieke’ Ferrari GT’s met voorin geplaatste twaalfcilinder, die voordien eindigde bij de 365 GTB/4 Daytona. Nieuw was daarbij de tegen de achteras geplaatste zesversnellingsbak. De ‘grote’ Ferrari’s met de V12 in de neus werden indertijd nog gebouwd volgens het klassieke principe van een ‘spaceframe’ van stalen buizen waaraan uit aluminium geperste en geklopte plaatwerkdelen werden gelast. Wel was er als primeur bij Ferrari als versterking van de dragende constructie gebruik gemaakt van een speciaal sandwichmateriaal uit staal en aluminium.

De 550M, die nu nog tegen ‘redelijke’ prijzen te koop is, herdefinieerde Ferrari’s positie aan de top van het GT-klassement en kan als directe voorvader worden gezien van de huidige F12. Het was een auto die – in tegenstelling tot de in het grensgebied altijd wat listige middenmotor-V12’s – ook door een minder geoefende bestuurder gemakkelijk en relatief veilig tot grote prestaties gebracht kon worden. Afhankelijk van hoe je ermee wilde rijden, was het een spinnend katje of een grommende tijger, maar altijd briljant en volledig meegaand in de intentie van de bestuurder. Hoewel het met het goedmoedige weggedrag eigenlijk veel minder een noodzaak was dan bij voorgaande modellen, zat er zelfs standaard tractiecontrole op de auto. Natuurlijk geen huis-, tuin- en keukensysteem, maar eentje met drie standen: normaal, sport en uit. In het laatste geval stond de verstelbare schokdemping altijd in de meest stugge stand. Al deze features van de 550 Maranello werden ongewijzigd overgenomen in het open model.

Zwarte kat
Het oorspronkelijke plan was om 444 exemplaren van de 550 Barchetta te bouwen, maar dat getal viel niet goed in de Japanse markt waar die combinatie van drie maal een vier net zoiets is als een zwarte kat of onder een ladder doorlopen. Daarom werden er vier(!) extra Barchettas gebouwd. Hierbij moeten nog twaalf als zodanig genummerde prototypes (P01-P12) worden geteld, die voor een buitenstaander niet te onderscheiden zijn van de productieversie. De 550 Barchetta is daarmee één van de belangrijkste ‘verzamelmodellen’ van het merk uit het recente verleden. Dat uit zich ook in de prijzen die voor een Barchetta gevraagd en betaald worden: deze liggen grofweg een factor vijf hoger dan die van de veel ‘gewonere’ coupéversie. De gemiddeld veel lagere kilometerstanden van Barchetta’s (met Maranello’s werden en worden veelal voor Ferraribegrippen hoge jaarkilometrages gereden) zullen daar ongetwijfeld mede debet aan zijn.  

Technische gegevens: Ferrari 550 Barchetta Pininfarina (2001)
Motor: 12-cil.V, 5474 cc                        
Vermogen: 486 pk bij 7000 t/min                    
Compressieverhouding: 10,8:1            
Boring x slag: 88,0 x 75,0 mm                    
Topsnelheid: 300 km/h                
Lxbxh: 455 x 194  x 126 cm                        
Gewicht: 1690 kg                        
Wielbasis: 250 cm                        
Spoorbreedte voor: 163 cm                
Spoorbreedte achter: 168,5 cm                
Nieuwprijs (2001 ): ƒ 681.000 (€ 309.024)              

Door Eric van Spelde  

 
 

© 2018 MECC Maastricht